Virtus in Managementboek

Frank Peters: ‘Een fout maken is bijna onmogelijk geworden’

De om­ge­ving, de maat­schap­pij is ze­ker met so­ci­al me­dia te­gen­woor­dig rech­ter, ju­ry en beul te­ge­lijk. De re­pu­ta­tie van be­stuur­ders en com­mis­sa­ris­sen ligt steeds meer on­der een ver­groot­glas. De Span­ning rond de board­room stijgt, con­clu­de­ren Eric He­res en Frank Pe­ters in hun ge­lijk­na­mi­ge boek. ‘Bar­ber­tje moet han­gen.’

Waarom moest Spanning rond de boardroom er komen?

Frank Peters: ‘We ervaren in onze dagelijkse praktijk dat de druk op bestuurders en commissarissen waar het reputatie betreft, toeneemt en dat de betrokkenen daar lang niet altijd adequaat mee omgaan. Je reputatie komt te voet, en gaat per twitter. Reputatiemanagement is voor elke bestuurder een must geworden, maar is nog lang niet altijd top of mind.’ Eric Heres: ‘We hebben diverse CEO’s en commissarissen geïnterviewd in dit boek. Hun en onze eigen ervaringen willen we delen via dit boek.’

Het boek lezende, lijkt het soms wel of de reputatie van de bestuurder belangrijker wordt dan de reputatie van de organisatie als geheel.
Frank Peters: ‘Jos de Blok van Buurtzorg zegt in ons boek dat hij niet met reputatie bezig is. “Als je doet wat je belooft, is reputatie een logisch gevolg. Reputatie moet geen trucje zijn. Je reputatie als mens en organisatie stijgt vooral, als je je beloftes overtreft.” En zo moet het ook zijn.’ Eric Heres: ‘Wat je wel ziet, is dat de maatschappij erg snel de neiging heeft om te zeggen: “Barbertje moet hangen.” Bestuurders worden sneller afgerekend, en dan is het ook logisch dat bestuurders ook meer naar zichzelf gaan kijken. Uit onderzoek blijkt dat nergens zo weinig vertrouwen is in bestuurders als in Nederland. Er is dus echt iets aan de hand en dat verplicht directies en commissarissen om meer met reputatie bezig te zijn. Met communicatie los je overigens problemen niet op, wel met gedrag.’

Is er wat betreft reputatie een verschil tussen bestuurders en commissarissen?
Frank Peters: ‘Ze hebben natuurlijk een andere verantwoordelijkheid, maar je merkt dat ze steeds dichter naar elkaar toeschuiven. Beide gremia worden meer en meer gedwongen om zelf met stakeholders te gaan praten. En voor beide partijen geldt: een fout maken is bijna onmogelijk geworden.’

Erik van der Merwe wordt vanuit zowel zijn rol als bestuurder als commissaris geïnterviewd in het boek. Hij is openhartig. Toch: hij nam wel persoonlijke verantwoordelijkheid bij Fortis, maar niet bij de Rabobank.
Eric Heres: ‘Bij Fortis was hij zelf verantwoordelijk als topman. Hij zegt in het interview voor ons boek dat hij vond dat er te veel risico’s werden genomen bij Fortis, en stapte zelf op. “Over mijn lijk”, zei hij letterlijk tegen ons. Achteraf vond hij het jammer dat hij de reden voor zijn vertrek alleen intern heeft gezegd en niet tegen de buitenwereld. Bij de Rabobank is er wel degelijk hard ingegrepen door de raad van commissarissen en zijn er twee bestuurders weggestuurd. Hij heeft zijn verantwoordelijkheid als toezichthouder wel degelijk genomen.’

De RvC kun je anno 2016 ook wel vertalen met raad van crowds. Uiteindelijk wordt in deze maatschappij van social media, wikileaks en andere lekken van stakeholders uiteindelijk alles duidelijk. Alles komt uit. Is dat ook een achterliggende boodschap van jullie boek?

Frank Peters: ‘Zeker. Je moet wel transparant zijn. Je moet als toezichthouder de blik naar buiten hebben. Je moet weten wat er in de buitenwereld gebeurt. Daaruit volgt als vanzelf het besef dat het in deze tijd anders moet.’ Eric Heres: ‘Ik vond het interview met Cees ’t Hart (FrieslandCampina, Carlsberg) wel een eyeopener. Hij wil echt alle vervelende informatie op zijn tafel krijgen. Hij organiseert heel bewust tegenspraak en doet er vervolgens ook echt wat mee. Zo bouw je aan je reputatie.’

Opmerkelijk in jullie boek is dat er door diverse geïnterviewden kritisch wordt gereageerd op de politiek en de rol richting bestuur en commissarissen. ‘De politiek doet weinig om een tegengeluid richting samenleving te geven. (Mijntje Luckenrath)’ ‘In de Tweede Kamer is het creëren van politiek draagvlak voor de minister vele malen belangrijker dan de consistentie van een organisatie (Gerard van Olphen).
Frank Peters: ‘De tijd van grijs lijkt niet meer te bestaan, alles is zwart/wit geworden. Er volgen bij een incident direct Kamervragen, die de druk op bestuurders doet toenemen. Commissaris Jacqueline Rijsdijk zegt daar in ons boek over: “Eigenlijk neemt de samenleving de rol van toezichthouder over. Dat gebeurt echter vaak op basis van emoties en dan is het de vraag hoe ver je daarin meegaat. De druk is terecht, maar soms ook te makkelijk en kort door de bocht.”’ Eric Heres: ‘Je ziet door de opstelling van de politiek en de maatschappij dat er bij bestuurders een geweldige spagaat ontstaat tussen focus op lange en korte termijn. De hijgerigheid van de politiek maakt het voor bestuurders vaak erg lastig.’

Bestuurders zijn verworden tot voetbaltrainers.
Eric Heres: ‘Het worden inderdaad steeds meer voorbijgangers. Als het niet werkt, moet je weg’ Frank Peters: ‘Het is lastig om je te verantwoorden op basis van hypes. Dat is in deze huidige tijd een enorme belemmerende factor. Emoties zijn belangrijker geworden dan ratio. In dat speelveld moet je zien dat je je reputatie als organisatie én als persoon overeind houdt.’

Ook bij de KNVB gaan bestuur en commissarissen rollebollend over straat. Jullie kernboodschap is dat je je als board moet verbinden met de maatschappij. Typisch voorbeeld van hoe het niet moet?
Frank Peters: ‘De KNVB is de UEFA of FIFA in het klein. Het is een in zichzelf gekeerd bolwerk zonder interesse in de omgeving. Ze zijn reactief en een koninkrijk op zich. Onze boodschap aan bestuurders en commissarissen is om aandacht te hebben voor issuemanagement, reputatiemanagement en riskmanagement. Dat lijken ze bij de KNVB niet te hebben gedaan.’